Thujon

iα-thujon
α-thujon

De vermeende neurotoxische en psychotrope eigenschappen van absint zijn toegeschreven aan het bestanddeel thujon, dat in hoge concentratie voorkomt in de essentiële olie van Artemisia absinthium. Recent onderzoek wijst erop dat thujon (met name de α-isomeer) enkel in zeer hoge doseringen farmacologisch actief is en alleen dan mogelijk een schadelijke uitwerking op het zenuwstelsel heeft. Hoewel deze conclusies geen aanleiding geven tot ongerustheid, heeft de Wetenschappelijke Commissie voor Voeding van de EU, op grond van de beperkte hoeveelheid beschikbare gegevens, in 2003 geadviseerd de huidige EU-normen te handhaven.

In de negentiende eeuw was het om technische redenen onmogelijk het thujongehalte van absint nauwkeurig te bepalen. Schattingen liepen uiteen van 10 tot 260 mg/l. Een moderne GLC-analyse heeft uitgewezen dat een Pernod uit 1900 slechts 6 mg/l thujon bevat (Hutton, 2002). Ook vergeleken met de huidige merken is dat weinig: La Bleue 25 mg/l, Un Emile 68% 10 mg/l, La Blanche de Versinthe 30 mg/l.

Het onderzoek naar de schadelijke effecten van absint werd eind negentiende eeuw meestal geïnitieerd door de anti-alcohollobby. De conclusies waren sterk ideologisch gekleurd. Magnan (1869) meende niet alleen dat de symptomen van absinthisme wezenlijk verschilden van die van alcoholisme, maar ook dat absint erfelijke afwijkingen zou veroorzaken die zouden leiden tot de degeneratie van het ‘Franse ras’. Aan dergelijke conclusies wordt
nauwelijks meer waarde gehecht, en zover er al sprake was van schadelijke effecten buiten die van de alcohol, is het aannemelijk dat die zijn toe te schrijven aan de aanwezigheid van kleurstoffen als kopersulfaat en -acetaat, alsook methylalcohol, in goedkope absint.

In 1975 suggereerde Del Castillo dat de veronderstelde psychotrope effecten van absint waren te herleiden tot de structurele overeenkomsten tussen het thujonmolecuul en het molecuul van tetrahydrocannabinol (THC, het actieve bestanddeel van marihuana). Deze hypothese werd verworpen door Meschler en Howlett (1999) die aantoonden dat thujon nauwelijks aan de cannabinoidreceptor bindt en deze niet activeert. Höld et al (2000) toonden aan dat α-thujon het chloorkanaal van de GABAA-receptor blokkeert en zo de activteit van zenuwcellen verhoogt. Dat is in overeenstemming met het gegeven dat hoge doseringen thujon epileptische convulsies opwekken in proefdieren (Pinto-Scognamiglio, 1967).

Van de heilzame effecten van thujon kunnen genoemd worden: de remming van de groei van diverse bacteriën (Kaul et al, 1975), de bescherming van de lever tegen schadelijke metabolieten (Gilani en Janbaz, 1995) en de verbetering van het korte termijngeheugen (Wake et al, 2000).

Met de schadelijke effecten van thujon blijkt het dus alleszins mee te vallen, zeker in de gangbare concentraties. De EU heeft om alle risico's uit te sluiten een norm gesteld die vele malen lager ligt dan de
toxische doses in diermodellen. Dit betekent niet dat de absint van vandaag de dag een thujonarme variant is van de absint van weleer. Die laatste bevatte immers vergelijkbare hoeveelheden thujon, of zelfs nog minder.

 

Literatuur

Del Castillo J, Anderson M, Rubottom GM (1975) Marijuana, absinthe and the central nervous system. Nature 253, 365-366

EC (2003) Opinion of the Scientific Committee on Food on Thujone. SCF/CS/FLAV/FLAVOUR/23 ADD2 Final

Gilani AH, Janbaz KH (1995) Preventative and curative effects of Artemisia absinthium on acetaminophen and CCl4-induced hepatotoxicity. Gen. Pharmacol. 26(2), 309-315

Höld KM, Sirisoma NS, Ikeda T, Narahasi T, Casida JE (2000) α-Thujone (the active component of absinthe): γ-Aminobutyric acid type A receptor modulation and metabolic detoxification. Proc. Natl. Acad. Sci. USA 97, 3826-3831

Hutton I (2002) Myth reality and absinthe. Current Drug Discovery 9, 62-64

Kaul VK, Nigam SS, Dhar KL (1976) Antimicrobial activities of the essential oils of
Artemisia absinthium Linn., Artemisia vestita Wall. and Artemisia vulgaris Linn. Indian Journal of Pharmacy 38(1),21-22

Magnan V (1869) Épilepsie alcoolique; action spéciale de l’absinthe: épilepsie absinthique.
Comptes Rendu de Séances et Mémoires de la Société de Biologie (Paris) 5(4),156-161

Meschler JP, and Howlett AC, 1999. Thujone exhibits low affinity for cannabinoid
receptors but fails to evoke cannabimimetic responses. Pharmacology, Biochemistry and Behaviour, 62,473-480

Pinto-Scognamiglio W, 1967. Effetti del tujone sull’attività spontanea e sul comportamento condizionato del ratto. Bull. Chim. Farm., 107, 780-791

Wake G, Court J, Pickering A, Lewis R, Wilkins R, Perry E (2000) CNS acetylcholine receptor activity in European medicinal plants traditionally used to improve failing memory.
Journal of Ethnopharmacology 69(2), 105-114