Artemisia absinthium

Absintalsem

Absintalsem, Artemisia absinthium (Asteraceae), is een in Europa algemeen voorkomend kruid dat ongeveer een meter hoog kan worden en twee keer per jaar kan bloeien in de maanden juli, augustus en september. De bladeren zijn zijdeachtig en bleekgroen. De gele bloemen zijn gegroepeerd in kleine hoofdjes.

Absintalsem wordt ook wel vermoutkruid genoemd, of, om het te onderscheiden van de overige alsemvariëteiten: grote absint. Tot het geslacht Artemisia behoren zo'n driehonderd soorten, waaronder de Artemisia dranunculus, die we kennen als dragon. Voor de bereiding van likeuren worden onder meer gebruikt: de kleine absint (Artemisia pontica) en de génépi (de kleine 'Alpenabsint': Artemisia mutellina of Artemisia glacialis).

Met name tijdens het begin van de bloei bevat de essentiële olie van absintalsem veel bittere bestanddelen, zoals absinthine, anabsinthine en artabsine (dat aan de olie een blauwgroene kleur geeft). Daarnaast bevat de olie veel terpenen, in de vorm van ketonen als kamfer (17%) en thujon (50-60%), in de vorm van onverzadigde koolwaterstoffen als pineen en thujeen, en in de vorm van alcoholen als thujol (gevormd uit thujon gedurende de ontwikkeling van de plant). Met name aan het bestanddeel thujon (C10H16O) zijn toxische effecten van absint toegeschreven. Dit komt voor in de isomere vormen α- en β-thujon. Met name de α-isomeer zou bioactief zijn.

Als medicinale plant werd Artemisia absinthium al in de Oudheid gebruikt om uiteenlopende kwalen te bestrijden, zoals indigestie en hoge koorts. De plant zou verder wormafdrijvend en versterkend zijn en de bloedsomloop stimuleren. Aan Artemis, naast godin van de jacht ook godin van de maan en schutspatrones van de vrouw, zou de Artemisia haar vermogen danken om de menstruatiecyclus te reguleren. Nog in de achttiende eeuw zou Pierre Ordinaire dankbaar van deze eigenschappen gebruik hebben gemaakt. Vóór de geboorte van de likeur absint werd alsem meestal voorgeschreven als alsemwijn of alsemtinctuur.

De bittere smaak van de plant herinnert aan de scherpe kanten van het bestaan. Salomo stelt de bitterheid van alsem tegenover de zoetheid van honing: "Want de lippen der vreemde vrouw druppen honingzeem, en haar gehemelte is gladder dan olie. Maar het laatste van haar is bitter als alsem, scherp als een tweesnijdend zwaard." Plinius de Oudere vermeldt dat de winnaar van het wagenrennen alsemwijn te drinken kreeg om hem te herinneren aan de bittere aspecten van de overwinning. In het Boek der Openbaringen lezen we:

En de derde engel blies op zijn bazuin, en uit de hemel viel een grote ster die brandde als een fakkel. Zij kwam neer op een derde deel van de rivieren en op de waterbronnen. De naam van de ster is: Alsem. Een derde deel van het water veranderde in bittere alsem, en veel mensen gingen dood doordat het water bitter was geworden.

Opmerkelijk is dat in de Oekraïne een van de benamingen van absintalsem tsjernobyl zou zijn.